Lucien De Coninck

Prof. dr. Lucien De Coninck (ZINGEM 1909 – GENT 1988)

cropped-ldcfoto.jpg

Geboren in Zingem, op 31 Juli 1909, genoot hij zijn opleiding aan de Rijksuniversiteit Gent, waar hij op 22-jarige leeftijd doctor in de dierkunde werd, en aan de universiteit van Utrecht. Zijn wetenschappelijke loopbaan begon in oktober 1931 bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek en vervolgde aan de R.U.G. waar hij in 1944 tot docent en in 1948 tot gewoon hoogleraar benoemd werd. In 1965 werd Prof. De Coninck directeur-diensthoofd van het Laboratorium voor Morfologie en Systematiek der Dieren en van het Museum voor Dierkunde. Hij was achtereenvolgens secretaris (1960-1962) en decaan (1962-1964) van de faculteit Wetenschappen. In die periode zetelde hij ook in de Raad van Beheer. Later werd hij nog secretaris van de Academieraad. Prof. De Coninck speelde een actieve rol bij de oprichting van de Vrije Universiteit Brussel en het Rijksuniversitair Centrum Antwerpen. Op 1 oktober 1978 werd hij toegelaten tot het emeritaat.

Toen Lucien De Coninck zich, als student, begon te interesseren voor nematoden, kwam hij spoedig tot de vaststelling dat in België niemand hem iets kon leren op dat groot en moeilijk gebied dat nog na te vorsen was. Hij voelde dat aan als een uitdaging en ging naar Utrecht om samen te werken met J. H. Schuurmans Stekhoven, in die tijd de meest nabije nematoloog. Zijn entoesiasme en volharding leverden spoedig zijn eerste verhandelingen over land nematoden, die werden gevolgd door verhandelingen over zee- en zoetwater vormen. Later publiceerde hij ook nog over nematoden uit IJsland en het vroegere Belgisch Kongo.

Gedurende de tweede wereldoorlog was Lucien De Coninck actief lid van de Belgische Weerstand, nl in het Onafhankelijkheidsfront (O.F.)-Front de d’Indépendance. Reeds in de zomer van 1940 grepen bij hem thuis kleine vergaderingen plaats van gelijkgezinden om zich te beraden over de weerstand tegen de nazi-bezetter (zie Dirk Martin en Karel Poma1). Dit wijst op het helder maatschappelijk en historisch inzicht van Lucien, terwijl vele anderen in Vlaanderen “aan het twijfelen” waren of de Duitsers moesten bestreden of verwelkomd worden.
Hij gebruikte toen zijn verder onderzoek over nematoden als dekmantel voor zijn politieke activiteiten. In 1942 publiceerde hij een zeer belangrijke bijdrage over symmetrie relaties aan het vooruiteinde van de nematoden.

In de naoorlogse jaren was Prof. De Coninck druk in de weer met het opmaken van zijn cursussen en het uitbouwen van zijn laboratoria. Zijn interesse ging ook naar andere aspecten van de biologie, zoals de endocrinologie, ornithologie, antropologie, functionele anatomie, theoretische systematiek, fylogenie en vooral de hydrobiologie. In de tweede helft van de jaren vijftig en de eerste jaren zestig werden, door de interesse die Prof. De Coninck bij enkele van zijn nieuwe assistenten had opgewekt, eerst de sectie nematologie en later die voor marine biologie en limnologie opgericht.

Ondanks zijn vele verplichtingen vond hij toch de tijd, ’s avonds en op zondagen, om een belangrijke bijdrage over systematiek en morfologie van nematoden voor het monumentale standaardwerk “Traité de Zoölogie” (P. P. Grassé – 1965) te schrijven. Prof. De Coninck, de “vader” van de nematologie in België, was een internationaal zeer bekende autoriteit op het domein van de nematologie. Hij werkte actief mee aan de opleiding van heel wat binnen- en buitenlandse nematologen. Dat was voornamelijk het geval in de jaren zeventig toen hij gedurende verschillende jaren gast professor was in Wageningen voor de “International Nematology Course”. Hijzelf genoot enorm deze contacten met jonge nematologen van zovele landen en ook diegenen die de cursussen volgden gaven hun voldoening te kennen. Prof. De Coninck was waarschijnlijk de laatste grote nematoloog die een grondige kennis had van alle vrij-levende en parasitaire nematoden. Zijn onderzoek over nematoden werd bekroond met de vijfjaarlijkse Lamarck Prijs (periode 1944-1948) van de Académie Royale de Belgique en met erelidmaatschappen van de “American Society of Nematologists” (1971) en het “Florida Nematology Forum” (1976).  Veel boeken en wetenschappelijke publicaties van LDC kan men vinden in de Gentse Universiteitsbibliotheek, zie http://search.ugent.be/meercat?q=De+coninck+l+a&filter=

Prof. De Coninck was een minzaam man en een bijzonder knap lesgever die zijn studenten kon bezielen en motiveren. Zijn impact op generaties studenten is nauwelijks te schatten, Op zijn laboratorium wist hij een aangename en stimulerende werksfeer te scheppen. Oud-studenten van De Coninck doceren thans dierkunde aan alle Vlaamse en een Nederlandse Universiteit, andere werken in nationale instellingen.

Prof. De Coninck was auteur van talrijke wetenschappelijke artikels en van het boek “De Lange Weg” waarin de evolutie van het ontstaan van het leven tot de oorsprong van de mens bevattelijk voorgesteld wordt. Dit laatste thema was ook het onderwerp van heel wat voordrachten die hij gaf doorheen het Vlaamse land. Maar bovendien was hij een baanbrekend denker en spreker in de opbouw van een vrijzinnig-humanistische moraal. Fundamenteel in zijn visie was de grote rol die de wetenschappelijke kennis en de wetenschappelijke methode moesten spelen in het redeneren over ethische problemen. Doorheen zijn voordrachten beïnvloedde hij een generatie van wetenschappers en moralisten. Onder ‘Artikel Wetenschap en Moraal’ kan u zijn artikel over het verband tussen wetenschap en moraal vinden.

Prof. De Coninck was voorzitter of lid van veel wetenschappelijke commissies, raden en verenigingen. Hij was voorzitter van onze vereniging in 1949-1950. Bij zijn aanstelling tot erevoorzitter sprak Prof. Ph. Lebrun het huldeadres uit (zie volume 110 van de Annalen, 1980, pp. 69-72). Prof. De Coninck was ook sociaal sterk geëngageerd en als dusdanig actief in verscheidene culturele en socio-culturele verenigingen. Het welzijn en de verdere geestelijke ontplooiing van de mens stonden centraal in zijn streven.

1 Dirk Martin:  “De Rijksuniversiteit Gent tijdens de bezetting 1940-44. Leven met de vijand”. Gent: Archief R.U.G, 1985.   (aanwezig in de universitaire biblotheken);
Karel Poma: “Lucien De Coninck als verzetsman”. In: Lucien De Coninck. Bioloog, Humanist, ’t Zaller. Gent: Uitg. ’t Zal Wel Gaan, 1990, HIER LINK NAAR TEKST VAN POMA !

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s